De nieuwste vaccinaties veranderen jouw DNA

Redactie

02 augustus 2020

Er is nog geen veilig en effectief vaccin tegen corona beschikbaar. De vraag is ook of er snel een werkende vaccinatie zal komen. De discussies over noodzaak, veiligheid, en verplichting van vaccinatie tegen corona zijn echter al in volle gang.

Het onderzoek naar nieuwe vaccins is een wereldwijde race tegen de klok geworden. Wie brengt als eerste een vaccinatie op de markt? De eerste met een goedgekeurde vaccinatie zal tientallen tot honderden miljarden verdienen. Overheden wereldwijd plaatsen al orders en wedden daarmee als het ware op hun favoriete farmaceut. Gaat het daarom niet per definitie nu al te snel? Kan bijvoorbeeld de Nederlandse overheid nog wel terug nu ze van belastinggeld al 300 miljoen doses van het in Oxford ontwikkelde vaccin van AstraZeneca besteld hebben, zonder op dat moment te weten of het werkt en veilig is? Wat als een vaccin van een andere fabrikant beter blijkt te zijn of erger: deze vaccinatie die gebruik maakt van de nooit eerder toegepaste methode om DNA te veranderen blijkt risico's met zich mee te brengen met dodelijke afloop? 

We kunnen de krant niet openslaan of het gaat over een toekomstig vaccin tegen het coronavirus. In totaal zijn er mondiaal meer dan honderd verschillende vaccins tegen SARS-CoV-2 in ontwikkeling. Een klein aantal daarvan is naar eigen zegge inmiddels zover ontwikkeld dat de vaccins getest kunnen worden bij mensen (klinisch onderzoek). Dit klinisch onderzoek is onderverdeeld in drie fasen. De fasen moeten allemaal goed afgerond worden voordat een vaccin op de markt gebracht kan worden.

Als straks een of meerdere vaccins goede resultaten geven op effectiviteit en veiligheid, hoe zeker kunnen we ervan zijn dat ze ook echt beschermen en dat bijwerkingen minimaal zijn? De testperiode is sowieso korter dan ooit eerder in de historie van biotechnologie gezien. Zal de overheid de beste keuze maken in de aanschaf als er meerdere opties zijn? Wie komt in aanmerking? Er zijn type vaccinaties die DNA veranderen, maar is dit zeer experimentele het type vaccin ook waarvoor gekozen moeten worden? En het allerbelangrijkste: wie maakt de beslissing?

Iedereen is het er gelukkig over eens dat overheden niet hals over kop moeten beginnen met massale vaccinatie. De vraag is echter of de plotselinge vlucht naar vaccinaties bij voorbaat niet al gedoemd is te mislukken door de enorme druk die nu geplaatst wordt bij biotechnologische bedrijven. Wereldwijd wordt - opgehitst door de media- een ontwikkeltraject van tientallen jaren in een paar maanden geforceerd tot stand te komen. Bovendien gaat het hier niet om even het volgende onschuldige vitaminepilletje van de lopende band laten rollen. Het gaat om een zoektocht naar de juiste bestrijding van een tot dusver onbekend fenomeen op een nooit eerder geslaagde manier die DNA verandert. 

Het klinkt haast onwerkelijk voor veel mensen dat met één vaccinatie DNA veranderd kan worden. We vertellen in dit artikel daarom graag in detail over:

  • Hoe werkt een vaccinatie? 
  • Wat is een virus? 
  • Hoe werkt een virus? 
  • Verschillende type virussen 
  • Wat is het coronavirus? 
  • Virus bestrijden
  • Verschillende type vaccinaties 
  • Vaccinaties tegen corona 
  • Gentherapie
  • DNA aanpassen met gentherapie

Hoe werkt een vaccinatie?

Een vaccin is een middel dat bij een persoon (of dier) een immuunrespons opwekt zonder hem ziek te maken. Een vaccin bevat veelal het schadelijke onderdeel van een ziekte in verzwakte vorm. De gedachte hierbij is dat de gevaccineerde vervolgens beter bestand is tegen de ziekteverwekker.

Vaccinaties hebben een lange, rijke en bijzondere historie. Hippocrates beschreef difterie - een bacteriële ziekte aan de luchtwegen die voor ademhalings- en slikproblemen zorgt - al in het jaar 400 voor Christus. De theorie stamt af van stammen die ervoor zorgden dat de sterkste leden van de stam ziek werden, antistoffen ontwikkelden en hierna anderen bewust infecteerden. Hier komen de zogenaamde bloedbroeders ook vandaan. Van oorsprong werd deze verbintenis bezegeld doordat beide personen zich in een arm, hand of vingers sneden, en vervolgens ofwel de wonden tegen elkaar drukten, ofwel hun bloed mengden (en hier soms ook van dronken), zodat beider bloed als het ware één werd. Op basis hiervan zijn de “griepfeesten” ook gebaseerd die georganiseerd werden ten tijde van de uitbraak van de Mexicaanse griep in 2009. Door elkaar te besmetten zou je namelijk antistoffen aanmaken. Die zouden je dan weer immuun maken voor het échte griepvirus. Met deze gedachte in de achterhoofd zijn vaccinaties ontwikkeld. Het eerste vaccin werd al ontwikkeld in 1796.

Ruim twee eeuwen aan ontwikkeling is geen slechte zaak voor een medische technologie. Maar hoewel vaccinaties sinds 1796 beschikbaar zijn, is er duidelijk ruimte voor verbetering. Vaccins zijn namelijk riskant of niet effectief bij mensen met een aangetast immuunsysteem. Ze bestaan bovendien nog niet eens voor verschillende virale ziekten en met name griepvaccins falen vaak bij ouderen.

Ondanks jaren van proberen, zijn er nog steeds geen vaccins tegen legio virussen die tientallen miljoenen mensen doden en elk jaar onnoemelijk lijden veroorzaken. Voorbeeld van virussen waar geen vaccinaties tegen zijn betreffen HIV, respiratoir syncytieel virus en het kankerverwekkende Epstein-Barr-virus. Er zijn veel redenen waarom er geen vaccinatie beschikbaar is, waaronder hoe moeilijk het is om het exacte stuk antigeen te identificeren dat de productie van een effectief antilichaam zal veroorzaken. En zelfs als er vaccins bestaan, falen ze wanneer B-cellen hun DNA-segmenten niet herschikken op een manier die nodig is om de benodigde antilichamen te produceren. Niet ieder virus is gelijk en ieder virus vraagt om een andere aanpak.

Wat is een virus?

Een virus is een microscopisch klein deeltje dat bestaat uit erfelijk materiaal, verpakt in een eiwitomhulsel. Virussen worden pas biologisch actief als zij cellen van levende organismen binnendringen. Virussen hebben geen eigen voortplantingsapparaat en geen eigen stofwisseling. Ze zijn daarom volledig afhankelijk van gastheerorganismen. 

Er is geen sluitende definitie van leven, zodat er nog niet gezegd kan worden of virussen leven. De diameter van een virusdeeltje is tussen de 20 en 300 nanometer. Hierdoor is een virus niet met een gewone microscoop te zien. Dat kan wel met een elektronenmicroscoop. 

Het woord stamt af van het Latijnse woord ´vīrus´ en betekent ´gif en andere schadelijke vloeistoffen´. Een individueel virusdeeltje wordt ook wel virion genoemd. Virussen worden bestudeerd in de virologie, een onderdeel van de medische microbiologie.

De eerste afbeeldingen van virussen verschenen toen in 1931 elektronenmicroscopie werd uitgevonden door de Duitse ingenieurs Ernst Ruska en Max Knoll. Vanaf dat moment kon de structuur van een virus beter onderzocht worden.

Virussen zijn, van generatie op generatie, onderhevig aan genetische verandering en ondergaan evolutie. Virussen worden overal aangetroffen waar zich leven bevindt en bestaan waarschijnlijk al sinds de eerste cellen zich ontwikkelden. De precieze herkomst van virussen is onduidelijk. Dat komt onder andere doordat virussen geen fossiele resten achterlaten.

Hoe werkt een virus?

Een virus koppelt zich aan een cel van de gastheer en injecteert vervolgens het eigen erfelijk materiaal in die cel. Andere type virussen versmelten geheel met de gastheercel. Een gastheer kan een meercellig organisme zijn, zoals een dier, plant of schimmel. Ook eencellige organismen, zoals bacteriën en archaea, kunnen door een virus geïnfecteerd worden.

Virussen zijn meestal gespecialiseerd op een type gastheer. De eiwitmantel van het virus en antigenen op de cel zorgen ervoor dat het virus zich alleen aan een specifieke gastheercel kan hechten. Zo zijn er virussen die zich richten op honden, katten of mensen. Binnen in de gastheercel geeft het erfelijk materiaal van het virus als het ware de opdracht om nieuwe virussen te maken. Het virus gaat in de gastheercel de anabole celprocessen voor groei en homeostase gebruiken om zichzelf te vermenigvuldigen.

Eenmaal in de gastheercel, schakelt het virus het DNA van de gastheer uit, en worden in plaats daarvan virale eiwitten en RNA of DNA van het virus gesynthetiseerd. Uit deze eiwitten en RNA/DNA worden dan nieuwe kopieën van het virus gevormd. Dit proces leidt in veel gevallen tot de dood van de gastheercel. Daarbij komen de nieuwe virussen vrij die andere cellen aanvallen. Deze manier van voortplanten wordt de lytische cyclus genoemd. Een virus kan ook zijn DNA inbouwen in het DNA van de gastheer. Telkens als de gastheercel zich deelt, wordt het DNA van het virus gekopieerd. Het virus zorgt daarbij niet direct voor de dood van de gastheercel, maar vermenigvuldigd zichzelf geleidelijk. Een voorbeeld van een virus dat zich zo voortplant is het herpesvirus, dat onder andere koortsblaasjes veroorzaakt.

Verschillende type virussen

Aan het eind van de 19de eeuw werden virussen gedefinieerd aan de hand van hun infectiviteit, hun doordringbaarheid door filters en hun benodigde gastheer. In de tweede helft van de 20ste eeuw werden er vele nieuwe virussen ontdekt. Het merendeel van de meer dan 2.000 bekende dieren-, planten- en bacterievirussen werd ontdekt in dit tijdsbestek

Op dit moment is slechts een klein deel van de totale diversiteit aan virussen bestudeerd. Bij analyses van monsters van mensen is ongeveer 20% van de virussen nog niet eerder gezien en van de monster uit het milieu, zoals uit zeewater en sedimenten uit de oceaan, is de grote meerderheid van virussen volledig nieuw.

Op dit moment zijn de bekende virussen gecategoriseerd in 14 ordes, vervolgens onderverdeeld in 143 families met 64 onderfamilies en 846 geslachten. In totaal zijn er 4.958 soorten virussen bekend. Onderstaand een beknopt overzicht:.

Iedere orde, familie en soort virussen heeft unieke eigenschappen. De verschillende type virussen zijn vergelijkbaar met het de onderverdeling van een dierenrijk. Een hond en een kat zijn beide dieren, maar zeer verschillend. Een hond en een kat zijn ook beide harige zoogdieren, dus ondanks de verschillen zijn er uiteraard ook overeenkomsten. Maar ondanks dat een hond, vis en hagedis allemaal dieren zijn, lopen de eigenschappen sterk uiteen. Dit is met virussen exact hetzelfde. Ieder soort virus heeft unieke eigenschappen.

Wat is het Coronavirus?

Coronavirussen zijn de verzamelnaam van allerlei soorten virussen die tot dezelfde groep behoren. Coronavirussen hebben hun naam te danken aan de kroon (corona) op het buitenoppervlak die zichtbaar is onder een microscoop. U ziet de foto´s continu voorbij komen in de media. 

Coronavirussen zijn voor het eerst ontdekt bij mensen in 1960. Eerder waren zij al bij dieren aanwezig. Er zijn minder kwaadaardige en ernstig kwaadaardige coronavirussen. De term ‘Corona’ zelf zegt dus niet zoveel. Met het nieuwe type coronavirus zijn er nu zeven soorten coronavirussen waarvan bekend is dat ze mensen infecteren. Vier circuleren regelmatig bij mensen en veroorzaken meestal milde tot matige luchtwegklachten - in feite verkoudheid.

De andere drie zijn coronavirussen die onlangs van van dieren naar mensen gesprongen zijn, met als gevolg een meer ernstige ziekte. In 2002 was de eerste epidemie van een menselijk coronavirus genaamd SARS. SARS betekent Severe Acute Respiratory Syndrome, ofwel: Ernstig acuut ademhalingssyndroom. In 2012 volgde een uitbraak van een tweede menselijk coronavirus genaamd MERS. MERS betekent Middle Eastern Respiratory Syndrome, ofwel: Midden Oosten ademhalingssyndroom, genoemd naar de plaats van uitbraak.

SARS en MERS kennen ongeveer dezelfde klachten als het nieuwe coronavirus. Door SARS werden tussen 2002 en 2003 ruim 8000 mensen ziek van het virus en 774 overleefden de besmetting niet. Er zijn ondertussen 640 mensen overleden aan MERS. 

In alle drie deze gevallen wordt aangenomen dat de virussen zijn verplaatst van vleermuizen naar de mens. Onderzoekers herleiden de verplaatsing van SARS naar de straatmarkten in China waar levende dieren als voedsel worden verkocht. Men denkt dat MERS zich van vleermuizen tot kamelen heeft verspreid voordat het op mensen is gesprongen.

In het geval van de huidige uitbraak hebben we het over het virus ‘SARS-CoV-2’. Dit betekent: ‘Severe Acute Respiratory Syndrome CoronaVirus 2’. Het virus zorgt opnieuw voor een ernstig acuut ademhalingssyndroom en lijkt sterk op de eerste uitbraak van een coronavirus dat een ernstige ziekte voor de luchtwegen veroorzaakte, vandaar dezelfde naam nummer 2.

Toen SARS-CoV-2 voor het eerst werd geïdentificeerd, werd het door de World Health Organization (WHO) voorlopig 2019-nCoV genoemd - de afkorting van ‘2019 nieuwe coronavirus’. Dit is gedaan omdat SARS-2 door de vorige uitbraak in 2002-2003 teveel negatieve associaties en schrikreacties zou opwekken bij voornamelijk het Aziatische publiek.

Virus bestrijden

Een virusinfectie verloopt volgens een ander mechanisme dan een bacteriële of een schimmelinfectie, en kan daarom niet met antibiotica worden bestreden. Er zijn stoffen die specifiek de werking van sommige typen virussen verstoren en die daarom als geneesmiddel kunnen worden ingezet. Deze zogeheten antivirale middelen werken doordat zij het koppelen van virussen aan de gastheercel bemoeilijken, of doordat ze de werking van het virus in de gastheercel onderbreken.

Virussen worden in de Westerse geneeskunde bestreden met antivirale middelen. Dit zijn medicijnen die specifiek worden gebruikt voor de behandeling van virale infecties. Antivirale middelen zijn altijd geneesmiddelen op recept (pillen, vloeistof, inhalatiepoeder of intraveneuze oplossing). Antivirale middelen worden niet zonder recept verkocht. Antivirale middelen verschillen van antibiotica, die bacteriële infecties bestrijden. Oseltamivir (Tamiflu) en Zanamivir (Relenza) zijn twee soorten antivirale medicijnen die veel worden gebruikt

Vaccinaties zijn inentingen die ervoor dienen om te beschermen tegen ernstige infectieziekten. Net zoals niet ieder virus hetzelfde is, is ook niet ieder vaccin dezelfde. Er zijn vijf verschillende soorten vaccins. Elke soort werk op een andere manier. 

1: Levend verzwakte vaccins

Sommige vaccins tegen infectieziekten zijn gebaseerd op verzwakte versies van een virus. Dat noemen we levend verzwakte vaccins. De virussen worden door groei in cellen in een laboratorium zwak en minder ziekmakend gemaakt en daarna verwerkt in een vaccin. Als mensen dan via vaccinatie in contact komen met deze verzwakte virussen, kan het virus zich slecht in de mens vermenigvuldigen. De theorie hier is dat dit ervoor zorgt dat ons afweersysteem genoeg tijd krijgt om te leren vechten tegen dit verzwakte virus en zo immuun te worden.

2: Geïnactiveerde vaccins

In geïnactiveerde vaccins zitten gedode virussen of bacteriën, of stukjes ervan. De theorie is dat als ons afweersysteem deze dode virussen of bacteriën of de stukjes ervan ziet, kan het de stukjes leren herkennen. Als we in de toekomst besmet worden door de levende versie van het virus of de bacterie herkent ons afweersysteem het virus  of de bacterie en start een versnelde reactie om ons tegen besmetting te beschermen.

3: Subeenheidvaccins

Een vaccin dat alleen heel specifieke stukjes van een virus of bacterie bevat, noemen we een subeenheidvaccin. Als het afweersysteem zo’n subeenheid kan herkennen, wordt het ook wel een antigeen genoemd.

4: DNA- en RNA-vaccins

DNA- en RNA-vaccins voegen een nieuw stuk DNA of RNA toe aan bepaalde afweercellen in ons lichaam. Vaak zijn dat een speciaal soort afweercellen, die een virus of bacterie opnemen en afbreken. De afweercellen die een virus of bacterie hebben afgebroken, laten een stukje van het virus of de bacterie (subeenheid of antigeen genoemd) aan andere afweercellen zien om het antigeen te leren herkennen. Daarom heten deze afweercellen ook wel  antigeen-presenterende cellen. De cellen die het antigeen leren herkennen, heten lymfocyten. DNA- en RNA-vaccins zorgen ervoor dat de antigeen-presenterende cellen een stukje van het virus kunnen laten zien zonder dat  de cel de levende versie van het virus of de bacterie eerst heeft moeten opnemen en afbreken. Als we daarna in de toekomst besmet worden door de levende versie van het virus of de bacterie, herkennen de lymfocyten het antigeen van het virus of bacterie al, neutraliseren het virus of de bacterie en worden we niet ziek.

Er zijn ook DNA- en RNA-vaccins die in plaats van afweercellen gebruikmaken van 'gewone' lichaamscellen. Ook deze cellen presenteren het antigeen aan ons afweersysteem wat ervoor zorgt dat we niet ziek worden als we echt besmet raken. 

5: Vectorvaccins

Onderzoekers kunnen bestaande virussen aanpassen zodat ze als vaccin werken. Dan zijn het geen virussen meer, maar vectoren. De virussen zijn zo aangepast dat ze zich maar weinig als virus gedragen. Het verschil met de echte virussen is dat vectorvirussen niet meer iemand ziek kunnen maken, (vaak) zichzelf niet kunnen vermeerderen, en behalve RNA of DNA van zichzelf ook een stuk RNA of DNA van een ander virus bij zich hebben. Alle stukken RNA of DNA kunnen werken als antigeen, zodat de cellen uit ons afweersysteem reageren op het vectorvirus én op een onderdeel van het vaccinvirus. Zo ontstaat immuniteit.

TIP: Vermogensbeheer of beleggingsfonds? Ontvang geheel kosteloos ons ebook  met alle voor- en nadelen op een rij →

Vaccinaties tegen corona

Voor bescherming tegen COVID-19 wordt er veel onderzoek gedaan naar type 3 - subeenheidvaccins, Een belangrijke subeenheid van SARS-CoV-2 is het zogenoemde S(pike)-eiwit. Dit eiwit zit vast aan de buitenkant van het virus. Met het S-eiwit maakt het virus contact met een ander eiwit dat in de buitenkant zit van de cellen in onze longblaasjes. Als het virus zich via het S-eiwit vastmaakt aan een menselijke cel kan het virus de cel binnendringen. Dan is de cel geïnfecteerd.  Omdat het S-eiwit zo’n belangrijke rol speelt bij infectie, is dat het doelwit waar veel vaccinontwikkelaars zich op richten. Als we in de toekomst besmet worden door de levende versie van het virus of de bacterie, dan herkent ons afweersysteem het virus meteen en worden we niet ziek.

Ook zijn er onderzoeken naar type 4 en 5 waarbij DNA- en RNA gebruikt wordt. Het is belangrijk om te beseffen dat deze DNA- en RNA- technieken nieuw zijn. Er is nog voor geen enkele menselijke ziekte en voor de bestrijding van nog geen enkel virus een DNA- of RNA- vaccin goedgekeurd. De type 4 en type 5 vaccinatie zijn nog nooit eerder toegepast.

Maken we door de bestrijding van coronavirussen nu een revolutie van innovatie mee die ons gaat helpen in toekomstige bestrijding van ziektes en alle gevaarlijke virussen van de wereld helpt uitbannen? Om op die vraag antwoord te geven is het belangrijk om te weten wat DNA en RNA zijn en zo de theorie van deze antivirale vaccinaties te doorgronden.

Wat is DNA?

DNA staat voor Deoxyribonucleic acid, oftewel Desoxyribonucleïnezuur. Het werd voor het eerst onthuld door de Zwitserse scheikundige Friedrich Miescher, eind jaren '60 van de 19e eeuw. In de tientallen jaren daaropvolgend werd steeds meer bekend van dit clustermolecuul. 

Phoebus Levene en Erwin Chargaff zagen uit welke chemische basiselementen DNA bestaat en hoe de structuren met elkaar zijn verbonden. Dit legde de basis voor de wereldschokkende ontdekking door Nobelprijswinnaars James Watson en Francis Crick in 1953. Samen met Rosalind Franklin en Maurice Wilkins onthulden zij de befaamde driedimensionale dubbele helix structuur van het DNA molecuul.

Waarom is DNA interessant?

Er valt met de doorbraak met betrekking tot onze kennis over het DNA heel veel te doen. Zowel voor de geneeskunde als voor de filosofie, de wetenschap en de ethiek. En zelfs religie. Want in theorie zouden we uitgestorven dieren terug kunnen brengen, zoals de wolharige mammoet uit de prehistorie. We kunnen mensen klonen. We kunnen ons DNA koppelen aan een machine. We kunnen veroudering remmen of misschien zelfs terugdraaien. 

Een ander aspect is veroudering. Het gaat hierbij niet om cellen of eiwitten die we door genetische manipulatie langer laten leven. Het blijkt voornamelijk betere DNA reparatie te zijn die bepaalde soorten langer doet leven. Het systeem kan zichzelf dus langer in stand houden. Dat systeem willen onderzoekers leren begrijpen en gebruiken. Sommige diersoorten blijken beter in staat om cellen te repareren. Er zijn wezens, zoals de naakte molrat, die door de evolutie eigenschappen hebben gekregen die de soort 'taaier' maakt dan vergelijkbare dieren. Een zeer opmerkelijke eigenschap van de naakte molrat is dat het dier ongevoelig lijkt voor kanker. Wetenschappers hebben inmiddels ontdekt dat de cellen van het dier merken dat er een ophoping is en dat ze hierop stoppen met delen. Dit wordt mede veroorzaakt door suikerachtige slierten die zich tussen de cellen bevinden, waardoor het snel vol is in het lijfje. Onderzoekers proberen dit mechanisme nu ook in andere dieren (en uiteindelijk de mens) te implanteren.

NU ONTVANGEN: Niet bang zijn voor de grillen van politieke machthebbers,  wereldgebeurtenissen of invloeden van buiten, maar marktneutraal beleggen. Klik  op de cover hieronder en ontvang de informatie direct in uw inbox.  Let op: Het ebook is geheel vrijblijvend en kosteloos door u te ontvangen.  Klik hier en krijg het gratis toegestuurd.

Ziekten uitbannen door DNA

Ons DNA zit vol met codes die ervoor zorgen dat ons lichaam eiwitten aanmaakt. Deze eiwitten zorgen ervoor dat er overal in ons lichaam chemische reacties mogelijk zijn. Ontbreekt een eiwit of wordt een bepaald eiwit niet goed aangemaakt, dan vindt de reactie waarbij dat eiwit betrokken is niet of niet goed plaats. Dit zorgt voor allerlei ziektes en aandoeningen. Er bestaan ruim 7.500 ziektes die worden veroorzaakt door een eiwitprobleem. Omdat dit eitwitprobleem voortkomt uit een mutatie of fout in het DNA, noemen we ze deze ziektes erfelijk.

De meeste van die ziektes zijn extreem zeldzaam, maar sommige erfelijke aandoeningen zijn algemener. Taaislijmziekte is een voorbeeld van een vrij algemeen voorkomende erfelijke ziekte. Het syndroom van Gilbert (geelzucht) is daarentegen veel zeldzamer. Overigens is ook een aandoening als kleurenblindheid erfelijk. Vooralsnog zal niemand kapitaal willen investeren om een therapie te ontwikkelen die kleurenblindheid behandelt. Twintig procent van ons zorgbudget gaat op aan het bestrijden van de symptomen van erfelijke aandoeningen.

Het is niet zo dat men nu een defect deel uit iemands DNA kunnen vervangen. Wel kan men genetisch materiaal in (menselijke) cellen inbrengen. Bij erfelijke aandoeningen hoopt men dat dit genetisch materiaal als het ware het niet goed functionerend weet te genezen dan wel te neutraliseren. Dit is gentherapie. Een ziekte voorkomen door een 'gezond' gen toe te voegen.

Wat is gentherapie?

Gentherapie is een relatief nieuw onderzoeksveld. Elke nieuwe stap voorwaarts betekent nieuwe inzichten en veelbelovende toepassingen. Een heel breed spectrum aan doorgaans zeldzame ziektes kunnen worden bestreden door in te grijpen in de bouwtekeningen van patiënten.

Er is dan ook heel veel geld mee gemoeid. Zowel het investeren in onderzoek als een duur prijskaartje per behandeling. In februari 2019 had de grote farmaceut Roche er $114.5 dollar per aandeel (in totaal zo'n $4,3 miljard) voor over om gentherapie-ontwikkelaar Spark Therapeutics over te nemen. Het is maar een voorbeeld van de bedragen die zijn gemoeid in de biotechsector waar overnames zorgen voor een groter marktaandeel in een spannende sector; de gezondheidszorg van morgen.

TIP: De kansen voor beleggers liggen bij moderne biotechnoloige. De impact van  Big Data speelt een enorme rol in de wereld van biotechnologie. Recente  doorbraken in computertechnologie hebben de afgelopen jaren de hoeveelheid  gegevens die wetenschappers beschikbaar hebben versterkt door vele factoren.  Vandaag wordt de biotech-industrie geconfronteerd met fantastische kansen en  uitdagingen. Lees verder →

DNA aanpassen met gentherapie

Om DNA te kunnen veranderen, moet je het erfelijk materiaal eerst kunnen lezen en in kaart brengen. Sinds 1953 weten we dat DNA bestaat uit moleculen die uit verschillende bouwstenen zijn opgebouwd. De precieze volgorde van de codes kennen we pas sinds de eeuwwisseling. Tegenwoordig kunnen we al binnen enkele uren een menselijk genoom (het volledige DNA van een individu) uitlezen. Die leestechniek die daarvoor gebruikt wordt, noemen we Genome sequencing.

Genome sequencing

In het erfelijk materiaal ligt precies vast welke eiwitten er in welke hoeveelheden worden aangemaakt. Dat verschilt van individu tot individu. En dat verklaart bijvoorbeeld waarom de ene persoon langer wordt dan de ander. Er wordt gewoon meer groeihormoon aangemaakt. In principe geldt dit voor heel veel fysieke en mentale kenmerken.

Genome sequencing is simpelweg het ‘uitlezen’ van de codes die in het DNA staan geschreven. DNA (desoxyribonucleïnezuur) bestaat uit twee strengen van nucleotiden. De strengen zijn in de vorm van een dubbele helix om elkaar gedraaid en zijn met elkaar verbonden door baseparen. Er zijn vier baseparen: adenine, thymine, guanine en cytosine. Wetenschappers gebruiken doorgaans de afkortingen A, T, G en C.

De basen aan de ene streng zijn complementair met de basen aan de andere streng; alleen de combinaties A-T en G-C kunnen voorkomen. Die vier letters vormen het ‘alfabet’ van de genetische code op de baseparen. Vergelijk het met de ‘nullen en enen’ van het digitale ‘alfabet’. Net zoals die nullen en enen gecombineerd een eindeloos verhaal kunnen vertellen, zo werkt dat ook met de lettercombinaties voor het coderen van erfelijke eigenschappen.

Het onderkennen en uitlezen van het menselijk DNA - het menselijk genoom - begon in 1988. Het project was een eendrachtige samenwerking tussen onderzoekers uit China, Frankrijk, Duitsland, Japan, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Het doel was om het genoom eerst helemaal in kaart te brengen. Als je immers weet in welke volgorde het bouwplan geschreven is, dan wordt het mogelijk om te kunnen bepalen waar het gen zit wat voor een bepaalde eigenschap verantwoordelijk is. Vergelijk het met het bouwplan van een huis. Zodra je begrijpt wat dakpannen zijn en dat ze op het dak dienen te worden geplaatst, dan begrijp je waar er kennelijk iets mis is als er sprake is van lekkage.

Eén genoom volledig uitgeschreven in tekst, omvat 130 boeken van elk 1100 pagina's, dubbelzijdig geprint, volgeschreven zonder spaties met lettergrootte 4. Dit betekent dat één uitgeschreven genoom bestaat uit 1,2 miljoen A4'tjes. Opgestapeld is dat even hoog als het Vrijheidsbeeld.

In 2000 hadden wetenschappers een eerste schets van het menselijk genoom gereed. Voor dit wereldnieuws hielden toenmalig president Bill Clinton van de Verenigde Staten en premier Tony Blair van Groot-Brittannië zelfs een gezamenlijke persconferentie. Drie jaar later was de definitieve versie opgetekend. Het hele project kostte $2,7 miljard.

Gelukkig is het sindsdien veel eenvoudiger geworden - en goedkoper - om een genoom te lezen. In 2008 zakte de prijs door de $100.000 grens. Inmiddels is zelfs de $1.000 grens gepasseerd.Dankzij de komst van computers met een veel grotere rekenkracht kan een genoom nu in minder dan 45 minuten worden uitgelezen.

TIP: Beleggen in biotechnologie? Leer eerst alles over moderne biotechnologie.  Ontvang geheel kosteloos ons ebook met alle informatie over beleggen in biotech  op een rij. →

Genome editing

Na het lezen komt het zelf schrijven. Dat wordt Genome editing genoemd. Het is immers de bedoeling om een ‘fout’ of ongewenst stukje DNA te vervangen door een ‘goed’ of gezond stukje erfelijk materiaal. 

Het herprogrammeren van bacteriën en gistcellen gebeurt tegenwoordig ook al met behulp van menselijk DNA. Zo wordt bijvoorbeeld menselijke insuline voor diabetespatiënten geproduceerd door ingebrachte bacteriën. Het pure knippen-en-plakken van DNA is een relatief nieuwe ontwikkeling die nog veel meer mogelijkheden biedt. Hierbij wordt op moleculaire schaal ingegrepen in een levend organisme.

Dat schrijven is op zichzelf niet zo lastig; ingewikkelder is het proces om het op de juiste plaats in die hele DNA structuur te plakken. Men heeft ontdekt dat bepaalde eiwitten perfect te programmeren zijn om deze taak op zich te nemen. Niet alleen kan zo’n eiwit het juiste defecte stukje DNA wegknippen, het kan het nieuwe stukje met zich meedragen en vervolgens als vervanging ertussen plaatsen. In de jaren ‘80 van de vorige eeuw zijn wetenschappers er al eens in geslaagd om het stukje DNA dat verantwoordelijk is voor het ‘lampje’ van vuurvliegjes, in te bouwen in een tabaksplant. Resultaat: een lichtgevend plantje.

TIP: Als fondsbeheerder is het ons dagelijks werk om altijd te handelen op  basis van de feiten en hiermee door de emotionele momentopnames heen te kijken.  Feiten zijn betrouwbaarder dan emoties. Graag vertellen wij u hierover meer  tijdens ons online seminars. Kijkt u mee? →

DNA knippen en plakken met CRISPR-cas

Er zijn verschillende methoden voor ontdekt om DNA te knippen en te plakken. Het heeft allemaal betrekking op het inzetten van eiwitten in een organisme. De bekendste methode heet CRISPR-cas, genoemd naar een specifiek bruikbaar eiwit. CRISPR-Cas is één van de methoden om een mutatie te genereren op een vooraf bepaalde plaats in het DNA. De afkorting staat voor Clustered Regularly Interspaced Short Palindromic Repeats en Cas voor ‘CRISPR-associated’. De technologie is ontwikkeld op basis van het natuurlijk verdedigingssysteem van bacteriën tegen virussen. Sinds CRISPR-Cas in 2015 werd geïntroduceerd, is de methode uitgegroeid tot de bekendste op het gebied van genmutatie.

Hoe werkt deze methode nu precies? Allereerst moet worden vastgesteld welk stukje erfelijk materiaal verantwoordelijk is voor een bepaalde afwijking, ziekte of aandoening. Met name in de landbouw wordt ook gekeken naar eigenschappen die kunnen worden verbeterd om een gewas te beschermen of een hogere voedingswaarde te geven. In dat geval is er dus geen sprake van afwijking, ziekte of aandoening. Die vaststelling gebeurt simpelweg door het vergelijken van individuen met overeenkomstige eigenschappen. Door hun DNA - hun menselijk genoom - naast elkaar te leggen en computers te laten zoeken naar de overeenkomsten, kan uiteindelijk de juiste plek in het DNA worden gelokaliseerd.

CRISPR-Cas is een vorm van zogeheten site-directed nuclease-technologie, ‘plaats-specifieke nuclease’. Een nuclease is een enzym dat een breuk kan maken in DNA. Een moleculaire schaar. Er zijn veel soorten nucleasen die allemaal specifieke plaatsen, of sequenties, in het DNA herkennen. Door de juiste nuclease op een bepaald deel van het DNA af te sturen, wordt daar een ‘knip’ gemaakt. Vervolgens is het zaak het uitgeknipte stukje DNA te vervangen door een aangepast of gezond stukje.

LET OP: Biotechnologie is een eiland van innovatie in een trage economie. Veel  mensen kijken naar technologie en Silicon Valley als de thuisbasis van  innovatie en snelgroeiende bedrijven zoals Facebook, Google en Tesla. Maar  biotech-bedrijven staan meer hun mannetje op het gebied van innovatie. Zoek de  juiste en u kunt een aandeel vinden dat 10 tot 20 keer over de kop gaat. De  vooruitgang in biologie en wetenschap is adembenemend. Men ziet tastbare  voordelen voor patiënten. Dat is nogal ongelofelijk als je een stap terug doet  en naar de rest van de economie kijkt. Er zijn veel mogelijkheden om  diepgaande, fundamentele analyses uit te voeren over productlanceringstrends en  klinische data-evenementen. Het is een enorm spannende tijd. Innovatie bereikt  nu exponentiële niveaus.   Bekijk hier meer informatie over het ROI Biotechnologie beleggingsfonds.

DNA en RNAi

Zodra een DNA keten is gekopieerd, dan wordt het RNA. Dit bevat de instructies voor het aanmaken van bepaalde eiwitten. Bij de splitsing van RNA worden delen die niet coderen uitgesloten. De overgebleven segmenten die wèl coderen worden samengevoegd. Fouten bij deze splitsing kunnen genetische mutaties teweeg brengen. Ongeveer 15% van de neurologische en stofwisselingsziektes bij de mens wordt veroorzaakt door een genetisch defect. Wetenschappers gebruiken daarom de methode van het splitsen van RNA om inzicht te krijgen over de onderliggende mechanismen die genetische aandoeningen veroorzaken.

Om te begrijpen is het goed om te vertellen over RNAi. RNAi staat voor RNA-interferentie. Dit is een biologisch verschijnsel dat voorkomt bij alle organismen waarvan de cellen een celkern bevatten. RNAi komt dus voor bij mensen, dieren en planten. RNAi speelt onder andere een rol bij de afweer tegen virussen. Daarnaast wordt dit biologisch mechanisme gebruikt om de activiteit van genen te controleren. Een gen bevat erfelijk materiaal, zoals bijvoorbeeld oogkleur en vorm van het gezicht, maar ook de aanmaak van stoffen die nodig zijn voor bijvoorbeeld de hersenfunctie.

Wanneer een gen actief is wordt het stukje DNA van het gen overgeschreven naar mRNA (messenger RNA), dat werkt als een boodschapper. mRNA levert het genetisch materiaal voor de aanmaak van een eiwit. Dit proces wordt translatie genoemd. Het gehele traject, van overschrijving naar mRNA tot en met translatie, kan worden samengevat met de term 'genexpressie'. RNAi remt genexpressie door het afbreken of blokkeren van mRNA zodat geen translatie kan plaatsvinden. Er kan dan dus geen eiwit meer worden aangemaakt.

Virussen kunnen een celkern binnendringen en hun eigen genetisch materiaal inbouwen in het al aanwezige DNA. Door translatie van dit virale DNA kan dan een eiwit worden aangemaakt dat het virus nodig heeft om zijn ziekteverwekkende werk te doen. Blokkade van de aanmaak van een dergelijk eiwit blokkeert dus uiteindelijk de werking van het virus.

In 2006 kregen de Amerikanen Andrew Fire en Craig Mello de Nobelprijs voor de Geneeskunde voor hun werk aan RNA-interferentie. Hun kennis wordt vandaag de dag nog steeds gebruikt door wetenschappers om RNAi als techniek in het lab in te zetten. De techniek is enorm innovatief en RNAi wordt in de wereld van biotechnologie veelal nog als onontgonnen terrein gezien.

In de afgelopen 50 jaar hebben we heel veel ontdekt en geleerd. Maar we zijn er ook achter gekomen dat we eigenlijk nog maar aan het begin staan van een lange leerweg. Want we weten en begrijpen nog maar een heel klein beetje van hoe DNA biologisch werkt. Er is nog zoveel wat we niet kennen.

TIP: ROI Asset Management is een toonaangevende professionele financiële  dienstverleningsorganisatie met een bewezen staat van dienst in oplossingen  voor fondsbeheer. Bekijk ons aanbod van beleggingsfondsen →

Conclusie

Op dit punt hebben we uitleg gegeven over de werking van virussen, vaccinaties, DNA en gentherapie. Dit is essentieel om goed te begrijpen waar de discussie over een mogelijke vaccinatie tegen coronavirussen in de kern om gaat. 

Iedereen weet nu dat de voorspellingen van de eerste modellen rondom het coronavirus zeer inaccuraat zijn geweest. De eerste modellen uit maart 2020 voorspelden miljoen sterfgevallen. Op basis hiervan is een pandemie uitgeroepen en de wereld in paniek geraakt. De eerste modellen voorspelden niet miljoenen besmettingen, maar miljoenen doden. Dat is totaal niet wat we nu zien gebeuren. 

Wat we in eerste instantie niet wisten. Is nu wel duidelijk. Over de laatste maanden is er veel data verzameld. Er is data verzameld door testen van gezonde mensen, testen van zieke mensen en ook van overleden mensen. Ook de verschillen in maatregelen van verschillende landen is nu duidelijk. 

De kans op sterfte door corona is 0,02% tot 0,03% voor een willekeurig persoon. Dit komt overeen met andere risico´s waar we dagelijks aan blootgesteld zijn zoals fietsen, lopen, sporten en autorijden. Er zijn inderdaad miljoenen gevallen, maar er is een zeer kleine kans op besmetting. We willen ook graag benadrukken dat 96% van alle mensen die covid krijgt beter wordt. En dan bedoelen we: helemaal beter. Zonder enige blijvende medische problemen. Er is nu getest. Nu weten we de feiten.

Hoe meer getest wordt, hoe meer besmettingen we zullen zien. Maar niet schrikken (!!), want procentueel gezien zal het percentage sterfgevallen dalen. Wie door de feitelijke gegevens gaat die de afgelopen maanden verzameld zijn wereldwijd, dan zien we een patroon van miljoenen besmettingen en een zeer laag percentage doden. 

De moderne biotechnologie staat aan de vooravond van baanbrekende innovaties op het gebied van gentherapie. Wetenschappers hebben pas net topje van de ijsberg ontdekt op het gebied van mogelijkheden door aanpassingen in ons DNA. We begrijpen steeds meer hoe erfelijk materiaal in elkaar steekt en welk deel waarvoor verantwoordelijk is.  Er moet echter nog jaren onderzoek gedaan worden voordat de wetenschap ver genoeg is om gentherapie toe te passen.

Voor alles wat met biotechnologie te maken heeft, geldt feitelijk hetzelfde: het moet optimaal werken (effectiviteit) en het moet zo veilig mogelijk zijn.

Is dit het waard om een wereldwijd experiment op de mensheid uit te voeren met een nieuwe technologie en aanpak die tot dusver niet succesvol gewerkt heeft?

Wij beleggen in biotechnologie en richten ons specifiek op moderne biotechnologie en daarmee gentherapie. Ons fondsmanagement is groot voorstander van het toepassen van gentherapie om ziektes uit te bannen. Wij zijn daarom echter ook bovengemiddeld bekend met de ontwikkeltrajecten en risico's van deze vooralsnog expirimentele methode. De maatschappelijke discussie die gevoerd moet worden over de toepassingen van gentherapie mag niet over de rug van menselijke proefkonijnen gaan. 

Meer weten?

Als u dit artikel van begin tot eind gelezen heeft kunnen we ons voorstellen dat u hier niet wil stoppen. Meer weten? In de onderstaande artikelen hebben we onze kijk op de maatregelen rondom het coronavirus gegeven en houden we verschillende aspecten van het coronavirus tegen het licht:

Wilt u meer?

Als fondsbeheerder is het ons dagelijks werk om altijd te handelen op basis van de feiten en hiermee door de emotionele momentopnames heen te kijken. Feiten zijn betrouwbaarder dan emoties. Graag vertellen wij u hierover meer tijdens ons online seminars. Kijkt u mee?
Ja, ik kijk graag mee →

ROI asset management is specialist in het beheren van beleggingsfondsen sinds 2007 en biedt meerdere oplossingen voor u.

ebook-cover-beleggingsfonds-vermogensbeheer

Vermogensbeheer of zelf spreiden in Beleggingsfondsen?

Het beheer van uw vermogen vereist niet alleen transparantie en betrouwbaarheid maar ook een strategisch plan. Beleggingsfondsen zijn een categorie beleggingsproducten waarin door spreiding tegen relatief weinig risico een aantrekkelijk rendement kan worden behaald. Hiermee zijn beleggingsfondsen dan ook uitermate geschikt als alternatief voor vermogensbeheer.

Bekijk de voordelen

Ontvang onze nieuwsbrief.